"Ik heb een meesterwerk geschreven!"

“ Ik heb een meesterwerk geschreven” zei Ravel ooit tegen componist Arthur Honegger, en dat is de Bolero. "Malheureusement il est vide de musique" voegde hij daar enigszins schertsend aan toe. Dat inzicht deelde ons gehoor bij het eerste concert in Japan duidelijk niet. Na de uitvoering van deze dans wordt de zaal bijkans afgebroken door het publiek van dit gemeenschappelijke concert van “The Arnhem Philharmonic Orchestra” en “The Japan Philharmonic Orchestra”..

Naast me in het orkest zit mijn Japanse fluitcollega en het is moeilijk om van haar gezicht af te lezen wat ze nu precies van dit project vindt.. Maar in de pauze vertelt ze enthousiast dat deze muziek haar boven zichzelf doet uitstijgen. En na afloop van het concert kijkt ze me verwilderd maar gelukzalig aan. Dit overtrof haar stoutste verwachtingen!

 

Bij de uitvoering van de Bolero stonden midden in het orkest de 2 kleine troms opgesteld die het ritmische hart vormden van deze dus blijkbaar door Ravel zelf verguisde muziek. De enthousiaste Japanse slagwerker spoorde zijn collega aan als de koetsier op de bok van een dolle koets. Als hij na afloop naar voren wordt gehaald om te delen in het applaus, is hij daar dan ook bijna niet meer van af te slaan, en  Kobayashi laat hem daarom maar aan zijn lot over en is inmiddels al de rest van het orkest aan het bedanken. Nou is het überhaupt een goed idee voor eenieder die deze reeks van concerten bezoekt, om voor bij het applaus maar wat koffie en broodjes paraat te hebben, want de Maestro neemt er iedere avond behoorlijk de tijd voor.

 

Dit concert is dus het eerste in een reeks van tien.Een licht gevoel van onbehagen maakte zich bij de repetitie meester van het orkest. Het is nogal wat, met bijna tweehonderd man en vrouw op het podium te zitten. Het ziet er natuurlijk kleurrijk uit, maar of het muzikaal nou zoveel bracht behalve een ongekend aantal decibellen bleef een beetje de vraag.Maar eerlijk is eerlijk, licht vergeten doe je het niet, zo bevestigde ook burgemeester Pauline Krikke me na afloop van het evenement.

 

Laatsgenoemde heeft ons de eerste concerten moreel ondersteund; ook zij liet zich niet uit het veld slaan door jet-lags en hectische treinreizen, en heeft ons de eerste paar concerten met haar stralende aanwezigheid een hart onder de riem gestoken en daarmee bijgedragen aan de vliegende start van deze tournee.

 

Door alle drukte verlies je wel een beetje het gevoel van tijd. We zijn inmiddels al weer een week onderweg en gisteren in Sapporo verbaasde ik me over het feit dat we “pas” vijf concerten achter de rug hebben, terwijl het eigenlijk aanvoelt alsof we al weken onderweg zijn in plaats van de feitelijke acht dagen.

 

Een van de redenen daarvan ligt ook aan het vele gereis. We hebben al weer een aantal vlieg-, trein en busreizen achter de rug, waarin het hele gezelschap redelijk gestroomlijnd door Japan wordt gesleurd.

Tijdens de reizen wordt je een beetje bijgepraat over eenieders wel en wee. Zo vertelde Jack, een van onze sympathieke orkestbodes, hoe hij de dag voordat het orkest vertrok, reeds per vrachtvliegtuig en enkel in het gezelschap van de piloten en het instrumentarium van het orkest, vooruit reisde naar Japan.’s-Avonds nam hij tijdens de vlucht een kijkje in de cockpit en had daarbij vanuit het raam uitzicht over desolaat Siberië. Een indrukwekkend -  maar tevens een beetje eenzaam - moment noemde hij dat.

Het zou dan trouwens maar gebeuren dat zo’n vliegtuig uitgerekend daar een noodlanding zou moeten maken. Dat moet toch wel een treurig gevoel zijn voor Jack om met triangels en contrabassen in de sneeuw te moeten zitten, terwijl hij zich warmt aan de opgestookte marimba’s. Maar zover is het gelukkig niet gekomen, want zelfs onze  eigen kleinste instrumententafeltjes van het orkest voelen vertrouwd aan bij ons concert in de imposante en geweldig klinkende Japanse concertzalen. Al missen we wel onze eigen stoelen, want wij lange lijzen zitten tijdens het spelen zo ongeveer met de oren tussen de knieën op het lage gestoelte van de Japanners.

 

Het eten geeft ook nog wel eens aanleiding tot gesprekken. De combinatie van kleefrijst en garnalen wil nog wel eens tot licht ongemak leiden. Om bijvoorbeeld de constipatie een beetje tegen te gaan besluiten we om in Tokyo op onze vrije middag achter het hotel de krankzinnige achtbaan te ondergaan. Hierbij stort je van afgrijselijke hoogtes in de diepte en vraag je je toch nog net af (want daar heb je eigenlijk de kracht niet voor) waarom je daar in hemelsnaam 1000 Yen voor hebt betaald. Maar het moet gezegd worden....het hielp. Of dat de reden was dat fagottiste Mette Laugs er de volgende ochtend om 10 uur weer stond, heb ik nog niet gehoord.

 

Het blijft echter ongelooflijk, wanneer we in Tonami, de zusterstad van Lisse, spelen (zusterstad, want het wemelt er van de tulpen,echt waar), staat er voor ons gevoel op het platteland, een enorme concertzaal (naar Japanse begrippen weliswaar een “kleinere” met 1200 stoelen). En tijdens de repetitie verzoekt de Maestro ons om toch echt weer met ons volle hart te spelen, want door de economische crisis en kaarten van zo’n 80 Euri, zal de zaal niet zo vol zitten als in Tokyo. Maar dat valt toch nog reuze mee. Je merkt wel dat ze daar iets meer waren gewend aan André Rieu, want bij de toegift van Brahms vijfde Hongaarse dans klappen ze enthousiast allemaal mee, zodat Kobayashi al dirigerend vriendelijk en met een glimlach informeert of ze nu helemaal gek zijn geworden of iets van dien aard, want na zijn opmerking houdt de klappende menigte daar direct beschaamd mee op.

 

Het vierde concert, weer terug in Tokyo, in de Opera City Hall, brengt voor het orkest een nieuw programma mee. Hebben we bij de andere concerten de in opdracht van HGO geschreven compositie “Jizô” van muzikaal alleskunner (in dit geval namelijk componist maar ook eminent fagottist) Kees Olthuis op de lessenaars staan, hier spelen we onder andere Glinka’s ouverture van“Ruslan en Ludmilla” en Griegs pianoconcert in a. Alleen is de Maestro vandaag te moe om uitgebreid te repeteren, en zo zitten we tijdens het concert min of meer van het blad de Grieg te spelen. Hierin begeleiden we de Japanse pianiste Hiroko Nakamura, die in de verte doet denken aan de Zangeres zonder Naam, en deze werpt zich onvervaard in de vleugel (figuurlijk dan) en doet de zaal met haar volumineuze spel op haar grondvesten schudden.

 

Een dag later zitten we alweer in de sneeuw van Sapporo. Na het zachte voorjaar van Tokyo zijn we wederom terug in winterweer en de sneeuw ligt hier nog hoog opgetast aan de kant van de wegen. In de fenomenale concertzaal spelen we het vertrouwde “Jizô” weer, de Grieg en Moessorgski’s Schilderijententoonstelling.

 

Het concert wordt een absoluut muzikaal hoogtepunt van onze reis tot op heden. Op een wat ongebruikelijke modulatie van de soliste na, in het eerste deel van de Grieg, die Jeroen Soors zich tijdens een solo van hem van schrik bijna in zijn riet liet verslikken maar waar hij zich meesterlijk uit weet te redden, verloopt het concert zoals je wenst en droomt dat ieder concert zo mag zijn.

 

Na afloop van het concert verspreidt het orkest zich weer over de stad. De Maestro biedt ons een badhuisbezoek aan, maar ook valt er culinair veel in de stad te halen, dus ook dat is een prettig alternatief. Of wellicht toch weer een Karaoke bar? Het blijkt namelijk dat er nogal wat vocaal talent van een ander genre onder onze muzikale vrienden huist. De faam van onder andere Aristoteles (contrabas) en José (hoorn) rijst snel, en we willen allemaal op de hoogte blijven van het laatste nieuws van HGO’s“Idols” ontwikkelingen.

 

En ik verheug me enorm op de reis van morgen naar Nagoya. Want een ander talent van Aristoteles is het navertellen van de Odysseus! Meeslepend is zijn voordracht, die veel verder gaat dan de saaie vertellingen die ze je bij de Griekse les op school bijbrengen. Wat is er mooier dan uit de mond van deze robuuste Griek de namen te horen uitspreken van Polyfemos en Charybdis? En dan kent hij ook nog eens de ongekuiste versie van Homerus’ meesterwerk. Een absolute aanrader voor iedereen, op reis of als verhaaltje voor het slapen gaan.

 

Peter Verduyn Lunel

 

Document acties

talent

door Gijs Bikker op 12:24
Elke dag volg enthousiast de avonturen in Japan, maar een stuk als dit las ik nog niet. Peter heeft naast muzikale gaven ook schrijverstalent. Hij zingt dan wellicht niet als Aristoteles, maar steekt als schrijver Homerus naar de kroon. Houd(t) vol!

Verfrissende verslagen en beelden!

door A. van Mil op 12:25
Het is heerlijk om zo heet (mogelijk) van de naald weer een verslag te lezen of te zien van de ervaringen van ons mooie HGO. Al jarenlang zijn mijn vrouw en ik trouwe abonnementsbezoekers in Nijmegen en dus "alleen maar" passieve muziekliefhebbers, maar het is mijn dagelijkse muzikale opfrisser om jullie verslag in woord of beeld te mogen krijgen. Uit de verslagen proven wij, dat er met volle teugen genoten wordt van zowel het professionele als het toeristische deel!
Mijn wens aan alle musici en begeleiders: geniet met volle teugen en kom weer veilig terug, zodat we ook hier van jullie mogen genieten!

Heerlijk

door Nina Niemeijer op 12:59
Beste HGO-ers,
wat is het heerlijk om iedere keer jullie weblog te openen en mee te reizen met jullie. Het is echt genieten van jullie verhalen en video's. Nog een weekje en jullie zijn weer thuis! Ook weer fijn! Maar eerst nog even genieten van Japan, laat ze maar horen hoe geweldig jullie zijn!

plakboek

door Maja op 17:11
We zijn steeds erg blij met jullie mooie filmpjes en teksten. De teksten komen in een plakboek.Het zal wel even wennen zijn als jullie weer thuis zijn en er komt niet iedere morgen meer "Mail uit Japan"op mijn scherm! Veel succes nog! Maja.

Japan-reis.

door Anonieme gebruiker op 20:04
Beste mensen.

Ook al ken ik jullie niet persoonlijk,het voelt alsof ik mail krijg van vrienden.Het is telkens weer genieten van alle verhalen en filmpjes.
Ik wens jullie nog heel veel (speel) plezier.

Groeten van een Arnhems meisje.
Realisatie door Four Digits op basis van Plone.