Een vrije dag in Tokyo
Als ik verdwaasd in de onpeilbare diepte staar die het uitzicht van mijn hotelkamer mij biedt vanaf de 31ste verdieping, zie ik onder de mega-rollercoaster die achter het hotel staat opgebouwd en waarin joelende inzittenden zich de adrenaline goed laten smaken, mannetjes elkaar met zwaarden te lijf gaan. Ze proberen elkaar daarmee van verschillende platforms af te meppen. Is het de jetlag of is het echt?
Dit tafereel staat temidden van een schier eindeloze bebouwing,die tot aan de horizon reikt. Eerder die dag had ik mijn eerste verdwaasde moment. Dat begon bij de landing. In halve droomtoestand kon ik me in eerste instantie niet eens meer herinneren waar we nu ook alweer landden,want de bebossing kwam me als buitenlands over, maar waar ook alweer? Oh ja,Japan...
De vlucht begon al hard werkend, ik had tenslotte 4 films op het programma staan, en wat dat betrof was het prettig dat mijn twee rij-genotes het hadden over antirimpelcremes en over de hebbelijkheden van hun kroost en de onhebbelijkheden van anderen,want nu kon ik me tenminste concentreren op het entertainment.
Na aankomst blijkt de grootsheid van de Japanse infrastructuur weer overweldigend. Per bus naar het hotel raas je over viaducten met meerbaanswegen dwars door industrieterreinen, bebossingen bebouwing om uiteindelijk in het hart van Tokyo te staan.
Het hotel, meer dan duizend kamers luxueuze standaard, staat als onpersoonlijke hoogbouw verankerd in een goed verzorgde business-wijk.
Na een volle kan koffie zo sterk dat je er zelfs Paris Hilton na een avondje stappen haar bed uit kan krijgen, neem ik de metro naar Nishi-Shinjuku. Economische crisis of niet, de schreeuwende neon-reclames in de centrumwijk van Shinjuku waar ik s’avonds, na de comateuze middagdut, in beland, doen niet anders geloven dan dat het leven zonder elektronische gadgets, casino’s en het laatste model Lexus, er een is van stilstand en verveling. De contemplatieve sfeer die je in de tempels en uit de verhalen van Kenzaburo Oë en Haruki Marukami terug kunt vinden, lijken hier ver weg. Het zijn toch echt Japanners, getooid met fluorescerende kapsels en dito kleding, die zich al skatend een weg banen tussen business-men, straatventers, verdwaasde toeristen, geisha’s en geüniformeerde studenten.
Hier heb ik een afspraak met een van 's-werelds meest befaamde fluitenbouwers, Hiroshi Aoki. Een kleine,tengere Japanner, wiens lange manen zijn artisticiteit verraden, en die me in lispelend Engels waarin nog steeds de R in ontbreekt, “bijp-l-aat” over zijn nieuwste innovaties. In zijn chaotische atelier showt hij me wederom juweel na juweel. De blinkende fluiten, uitgevoerd in zilver, goud en platinum vormen een schril contrast met de rommelige werkplek maar tonen stuk voor stuk de genialiteit van deze vermaarde tovenaar. Mijn eigen gouden instrument, een aantal jaren geleden door hem gebouwd, is toe aan een revisie en wordt de komende weken door hem gezalfd. Intussen krijg ik een instrument van recentere datum mee. Een al even adembenemend meesterwerk waar ik de komende weken onze concerten op zal spelen.
Hiroshi neemt me na afloop mee de stad in.We nemen een taxi,waarin een gehandschoende chauffeur zich onbekommerd een weg laveert door het zo mogelijk nog hectischere verkeer dan waar we ‘s-middags mee werden geconfronteerd tijdens de reis van het vliegveld naar het hotel. Na een tocht van een half uur stoppen we voor een simpele deur, van waarachter we worden begroet door Kamuchi, ogenschijnlijk zo geplukt uit “de blauwe Lotus” een van de delen uit de stripheld Kuifje. Zijn etablissement - want dat is het echt - bestaat uit een toog waarachter hij de meest heerlijke Sushi bereidt en er is nog net een plekje voor ons. Nou hadden we hier blijkbaar een gelukkige hand, want meer dan 5 stoelen passen er niet in.
Na de onvergetelijke maaltijd, gelardeerd met bier, warme Sake en groene thee (niet geheel in die volgorde maar dat terzijde), laat ik me (slaap-)dronken in een taxi vallen en naar het hotel brengen. Daar aangekomen hoor ik bij de receptie dat er twee berichten (messages) voor me zijn en dat ik die via de telefoon op mijn kamer kan beluisteren. Wanneer ik, zonder bril (laten we het daar maar aan wijten en niet aan de ietwat verlichte toestand van de sake), op de kamer de “messages” check via de telefoon, hoor ik niet wat ik verwacht. Een Japanse neemt aan en vraagt naar mijn kamernummer. Vervolgens hangt ze op. Ik neem me voor het morgen nog maar eens te proberen. Niet veel later wordt er echter op de kamerdeur geklopt en staat er een strenge doch rechtvaardige dame voor, die resoluut mijn kamer binnenloopt. Overrompeld door deze introductie blijkt dat ik gemasseerd ga worden. Tegenspreken heeft geen zin, voor ik het weet staat er een massagetafel gereed (waar haalde ze die zo snel vandaan?) en lig ik m.i. toch wel enigszins bloot op haar tafel.
Toch had deze dag niet beter kunnen eindigen want na deze weldadige massage verlaat ze de kamer (ik noem het toch maar even) en wacht me de gelukzalige slaap die me pas laat in de ochtend weer verlaat.
Als ik vanmorgen nog eens de messages check begrijp ik het pas; de knop van “message” zit op de telefoon wel erg dicht op die van “massage”.
Vandaag neem ik me voor het maar eens wat rustiger aan te doen. Blijkbaar bekijkt mijn buurman een van de geweldadige Japanse crimi’s die hier zo welig op de televiesie tieren. Daar durf ik er wel wat toonladders tegen in de strijd te gooien om de heftige karatekreten die mijn kamer binnen dringen teniet te doen.
De groene thee vergezelt mijn dag in de hotelkamer.Het ontbijt (bij Starbucks natuurlijk, ik blijf een kind van mijn tijd) was alweer niet te versmaden en de fluit klinkt weergaloos tussen de kreten van mijn buurman door (Het is toch wel karate wat hij daar beoefent?). Straks, na de tweede koffie en het studeren, ga ik een badhuis bezoeken. Eens kijken wie ik van het orkest daar mee naar toe kan tronen om voorlopig de laatste rustige avond mee door te brengen. Wellicht hoort u nog wel meer van onze avonturen die het grote Tokyo ongetwijfeld nog zal brengen.
Peter


We zijn weer thuis
Vorige: In Japan is het al voorjaar!

berichtje voor Sylvia
Dikke kussen voor mama